Over ongelijkheid

een gedachtenexperiment

Stel je een wereld voor met daarin slechts twee mensen, één is sterk en groot, de ander schriel en mager, hun metabolisme is gelijk. Zij beschikken voor hun levensonderhoud dagelijks over 4 koeken. De koeken moeten worden verdeeld, maar er mag nooit één overblijven, dat brengt ongeluk.

Bij 1 koek lijden ze nog honger, dan worden ze zwakker;
bij 2 koeken hebben ze net genoeg gehad, maar nog wél trek;
bij 3 koeken zijn ze voldaan en worden ze sterker.

Als ze besluiten de koeken gelijk verdelen hebben ze beiden voortdurend trek in nóg een koek, ze missen ze dan beiden plezier in het leven.
De sterke kan beslissen dat hij 3 koeken neemt. De zwakke lijdt dan honger maar hij gaat nog niet direct dood. Het voordeel is, dat de sterke dan één keer voldaan is en het leven als een geluk ervaart. En de eerstvolgende keer delen ze weer gelijk, zodat de zwakke niet dood gaat van de honger.
Hoe vaker de sterke 3 koeken neemt, hoe vaker hij voldaan is en geluk ervaart. Maar de zwakke lijdt dan vaker honger, hij verzwakt telkens wel een beetje en zal op den duur dood gaan. Als de zwakke dood gaat blijft er een koek over. Dan moet de sterke ook de vierde koek opeten, na verloop van tijd obesitas krijgen en dood gaan.
De sterke moet daarom besluiten de koeken regelmatig gelijk te verdelen. Hij heeft dan minder vaak een voldaan gevoel, maar de zwakke blijft langer leven. Hij kan zélfs besluiten de koeken een keer andersom te verdelen, en een keer honger te lijden de zwakke is dan een keer voldaan en blijft nog langer leven. Maar hij moet wel oppassen, omdat ook hij dan verzwakt en de kans loopt dat op enig moment de rollen van sterk en zwak blijken te zijn omgedraaid.

Wat zal op lange termijn de uitkomst zijn van de koekenverdeling?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *